Vraag

25 mei 2026

Raadsvragen: dode rugstreeppadden in bouwproject Melickerveld

Geacht College,

Op 25 mei 2026 berichtte VML Nieuws dat medewerkers van IVN Roermond op 23 en 24 mei meerdere dode rugstreeppadden hebben aangetroffen in de bouwput van het project 'Aan de Vallei' in het Melickerveld. De dieren zijn een Europees beschermde soort onder de Wet natuurbescherming en de Habitatrichtlijn. Ze waren verdronken in metersdiepe betonnen putten en straatkolken die zonder enige uitklimvoorziening open waren blijven liggen.

Wat de situatie extra wrang maakt: tijdens de voorbereidingen en de juridische procedure bij de Raad van State stelden JPO en de door hen ingehuurde ecologen van diverse bureaus nadrukkelijk dat de rugstreeppad in het Melickerveld niet voorkomt. De dode dieren bewijzen dat dit onjuist was. Dit roept ernstige vragen op over de zorgvuldigheid en betrouwbaarheid van het ecologisch onderzoek waarop de vergunningen zijn gebaseerd, en over de mate waarin de gemeente daar destijds kritisch op heeft toegezien.

De fractie van de Partij voor de Dieren vindt het onacceptabel dat Europees beschermde dieren sterven bij een bouwproject waarvoor de gemeente vergunningen heeft verleend en waarop zij toezicht heeft. Wij willen van het college weten hoe dit heeft kunnen gebeuren, wat de betrouwbaarheid van het ecologisch onderzoek zegt over de verleende vergunningen, welke maatregelen per direct worden getroffen en hoe het college dit in de toekomst voorkomt. Daarom stellen wij de volgende vragen:

  1. Is het college bekend met de berichten over de dode rugstreeppadden in de bouwput van het Melickerveld, en wanneer heeft het college hiervan kennisgenomen?
  2. Hoe heeft het kunnen gebeuren dat in een bouwproject waarvoor de gemeente vergunningen heeft verleend, Europees beschermde dieren zijn verdronken in putten zonder uitklimvoorzieningen? Welke toezichtsmechanismen waren aanwezig, en waarom hebben die gefaald?
  3. Is het college bereid onmiddellijk te eisen dat JPO bouwputten en straatkolken afsluit of voorziet van uitklimvoorzieningen, en zo niet, welke bevoegdheden zet het college dan in om dit af te dwingen?
  4. De ecologen die verklaarden dat de rugstreeppad in het Melickerveld niet voorkomt, waren ingehuurd door JPO zelf. Nu blijkt hun rapport aantoonbaar onjuist. Hoe beoordeelt het college de onafhankelijkheid van dit onderzoek, en is het college bereid de vergunningen die mede op basis van dit rapport zijn verleend opnieuw tegen het licht te houden?
  5. Is het college bereid de bouwwerkzaamheden per direct stil te leggen totdat een onafhankelijk ecoloog heeft vastgesteld welke beschermde soorten aanwezig zijn en welke maatregelen noodzakelijk zijn?
  6. Welke structurele maatregelen neemt het college om te garanderen dat bij toekomstige bouwprojecten in Roermond de bescherming van beschermde soorten afdoende wordt geborgd, zowel voorafgaand aan de werkzaamheden als tijdens de bouw en in het gemeentelijk toezicht?

 

Wij zien de beantwoording van onze vragen graag tegemoet binnen de daarvoor gestelde termijn.

Hartelijke groet,

Maurice Timmermans
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren Roermond