Vraag

20 mei 2026

Vervolgvragen: natuurbeheer en toezicht in natuurgebied Maalbroek

Geacht College,

Dank voor uw reactie van 12 mei 2026 (kenmerk 52712-2026) op onze vragen over de bescherming van rust- en broedgebieden in Maasnielderbeek en Maalbroek.

Met betrekking tot de vragen 1 tot en met 5 zien wij op dit moment af van vervolgvragen. Ten aanzien van de vragen 6 tot en met 11, over meldingen van inwoners en de verantwoordelijkheidsverdeling rond Maalbroek, is echter nieuwe informatie beschikbaar gekomen die wij niet onbesproken kunnen laten.

In diens antwoord op vraag 11 verwijst het college naar contact tussen de provincie en de melder(s), en concludeert daaruit dat de provincie reeds op de hoogte is. Het college gaat er hierbij echter aan voorbij dat de gemeente zelf heeft nagelaten de ontvangen meldingen van inwoners door te zetten naar de provincie. De bij de provincie verantwoordelijke toezichthouder heeft desgevraagd bevestigd geen meldingen van de gemeente te hebben ontvangen. De provincie geeft zelf aan dat zij verwacht dat gemeenten dit soort meldingen actief doorgeleiden. Wanneer meldingen verdwijnen in de overdracht tussen instanties, schaadt dat niet alleen de bescherming van de natuur, maar ook het vertrouwen van inwoners in de overheid.

Op grond van artikel 43 van het Reglement van Orde stellen we daarom de volgende vervolgvragen.

  1. Het college stelt in diens antwoord op vraag 11 dat de provincie reeds op de hoogte is van het vraagstuk rond Maalbroek. De gemeentelijke handhaving heeft aan melder(s) aangegeven meerdere meldingen over dit gebied te hebben ontvangen. Kan het college bevestigen hoeveel meldingen er zijn binnengekomen over Maalbroek, en op welke datum(s) deze zijn ontvangen?
     
  2. Kan het college bevestigen dat deze meldingen zijn doorgegeven aan de provincie Limburg? En zo ja, aan welke afdeling, op welke datum en op welke wijze? De bij de provincie verantwoordelijke toezichthouder heeft desgevraagd aangegeven geen meldingen van de gemeente te hebben ontvangen.
     
  3. Indien de meldingen niet of niet volledig zijn doorgegeven aan de provincie: hoe verklaart het college dat, en wie draagt hiervoor de verantwoordelijkheid?
     
  4. Is het college het met ons eens dat inwoners die een melding doen bij de gemeente, niet van loket naar loket doorverwezen mogen worden zonder dat hun melding daadwerkelijk bij de verantwoordelijke instantie terechtkomt? En deelt het college de opvatting dat dit het vertrouwen van inwoners in de overheid schaadt?
     
  5. Is het college bereid een heldere interne werkwijze vast te stellen waarbij meldingen over natuur- en faunaverstoringen in gebieden buiten gemeentelijk eigendom, zoals Maalbroek, automatisch worden doorgezet naar de bevoegde instantie, in dit geval de afdeling Beheer & Schadebestrijding van de provincie Limburg? Meldingen die via de politie binnenkomen, worden al automatisch doorgezet naar Team Milieu en zijn daarmee geborgd. Wij verzoeken het college een vergelijkbare werkwijze in te stellen voor meldingen die rechtstreeks bij de gemeentelijke afdeling handhaving binnenkomen, en de raad te informeren over de termijn waarop dit wordt gerealiseerd.

Wij zien de beantwoording van onze vragen graag tegemoet binnen de daarvoor gestelde termijn. Bij voorbaat dank.

Hartelijke groet,

Maurice Timmermans
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren