13 apr. 2026
Raadsvragen: het meetbaar maken van biodiversiteit
Geacht College,
Biodiversiteit vormt de basis van een gezonde en leefbare gemeente. Een soortenrijke leefomgeving draagt bij aan klimaatadaptatie, verkoeling, wateropvang, bestuiving en een gezonde leefomgeving voor mens en dier.
Juist in een gemeente als Roermond, waar vergroening, woningbouw en klimaatadaptatie steeds vaker samenkomen, is het van belang dat biodiversiteit niet alleen als ambitie wordt benoemd, maar ook concreet en meetbaar onderdeel wordt van beleid. Alleen met inzicht in de huidige kwaliteit van onze leefomgeving kan beleid effectief worden bijgestuurd en kunnen investeringen in vergroening en klimaatadaptatie daadwerkelijk op resultaat worden beoordeeld.
Recent verscheen de landelijke Handreiking Stresstest Biodiversiteit [1], ontwikkeld in opdracht van het ministerie van LVVN. Deze handreiking biedt gemeenten concrete handvatten om biodiversiteit systematisch in beeld te brengen. Naar aanleiding hiervan heeft de Partij voor de Dieren de volgende vragen:
- Onderschrijft het college dat biodiversiteit een wezenlijk onderdeel vormt van klimaatadaptatie, leefbaarheid en een gezonde leefomgeving, en dat dit daarom ook meetbaar onderdeel van beleid zou moeten zijn?
- Kan het college aangeven welke indicatoren Roermond momenteel al gebruikt om biodiversiteit in de openbare ruimte te meten?
- Als die indicatoren ontbreken: erkent het college dat momenteel nog geen nulmeting beschikbaar is om beleid op effect te beoordelen?
- Is het college bereid, zoals beschreven in de handreiking stresstest biodiversiteit, een jaarlijkse nulmeting plus herhaalmeting op wijkniveau uit te voeren, zodat effecten zichtbaar worden?
- Hoe wil het college bepalen of investeringen in vergroening en klimaatadaptatie daadwerkelijk effect hebben, wanneer biodiversiteit niet structureel meetbaar in beeld wordt gebracht?
Wij zien de beantwoording van bovenstaande vragen graag binnen de daarvoor geldende termijn tegemoet.
Hartelijke groet,
Maurice Timmermans
Partij voor de Dieren Roermond
Geachte heer Timmermans,
Ter beantwoording van de door u gestelde vragen op grond van artikel 43 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad met betrekking tot het meetbaar maken van biodiversiteit in Roermond delen wij u, met opneming van de inleiding, het volgende mede.
U heeft Artikel 43 vragen gesteld aan het college met betrekking tot het meetbaar maken van biodiversiteit in Roermond.
Vraag 1. Onderschrijft het college dat biodiversiteit een wezenlijk onderdeel vormt van klimaatadaptatie, leefbaarheid en een gezonde leefomgeving, en dat dit daarom ook meetbaar onderdeel van beleid zou moeten zijn?
Antwoord. Het college onderschrijft dat biodiversiteit een wezenlijk onderdeel vormt van klimaatadaptatie, leefbaarheid en een gezonde leefomgeving, zoals in het coalitieakkoord en de Integrale groenvisie beschreven wordt.
Vraag 2. Kan het college aangeven welke indicatoren Roermond momenteel al gebruikt om biodiversiteit in de openbare ruimte te meten?
Antwoord. Het college heeft opdracht gegeven voor het opstellen van een Soortenmanagementplan (SMP). In het SMP wordt beschreven hoe omgegaan wordt met beschermde soorten en de biodiversiteit binnen de bebouwde kommen van de gemeente Roermond, terwijl gewerkt wordt aan zaken als de energietransitie en verduurzamingsopgave. Het SMP wordt opgesteld op basis van o.a. een nulmeting. De nulmeting wordt uitgevoerd voor vleermuizen, huismus, huiszwaluw, gierzwaluw en boerenzwaluw. Op basis van het SMP wordt een vergunning aangevraagd bij de provincie Limburg. Wanneer de gemeente deze vergunning krijgt, dan kan gedurende 10 jaar gewerkt worden volgens de in het SMP vastgestelde methode aan zaken als de energietransitie en de AAN het raadslid Maurice Timmermans Ons nummer 52709-2026 Pagina 2 verduurzamingsopgaven. Bij het SMP hoort een monitoringsverplichting voor de hierboven genoemde soorten. Daarbij is in het uitvoeringsprogramma van de Integrale groenvisie opgenomen dat een monitoringsplan voor de biodiversiteit moet worden opgesteld.
Vraag 3. Als die indicatoren ontbreken: erkent het college dat momenteel nog geen nulmeting beschikbaar is om beleid op effect te beoordelen?
Antwoord. Zie antwoord vraag 2.
Vraag 4. Is het college bereid, zoals beschreven in de handreiking stresstest biodiversiteit, een jaarlijkse nulmeting plus herhaalmeting op wijkniveau uit te voeren, zodat effecten zichtbaar worden?
Antwoord. De frequentie en schaal waarop gemonitord wordt, wordt voor zowel het Soortenmanagementplan als het Monitoringsplan biodiversiteit gedurende deze projecten bepaald. Het is hiervoor belangrijk dat de schaal en frequentie past bij het beoogde doel.
Vraag 5. Hoe wil het college bepalen of investeringen in vergroening en klimaatadaptatie daadwerkelijk effect hebben, wanneer biodiversiteit niet structureel meetbaar in beeld wordt gebracht?
Antwoord. Zie antwoord op vraag 4.
Een kopie van deze brief is aan de overige leden van de raad gezonden.
Met vriendelijke groet,
het college van burgemeester en wethouders
Reactie PvdD:
De beantwoording van het college roept meer vragen op dan zij beantwoordt. Wij hebben daarom vervolgvragen gesteld. Lees hier onze vervolgvragen.